Het in Litouwen gevestigde NoBusiness Records, dat hier niet eerder aan bod kwam, brengt eveneens regelmatig oude opnames uit en past dus prima in een serie uit de oude doos. Eerdere recente afleveringen bevatte opnames van Keith Jarrett, Oscar Peterson en Lee Konitz. Vandaag besteed ik aandacht aan de Japanse slagwerker Sabu Toyozumi. In november 1987 gaf hij een concert met de in 2005 overleden gitarist Derek Bailey, waarvan de opnames verschenen onder de titel ‘Breath Awareness’; in oktober 200o met de in 2017 overleden Misha Mengelberg, welke als titel ‘The Analects Of Confucius’ meekreeg en in oktober 2016 met de in 2013 overleden rietblazer Peter Brötzmann en de in 2020 overleden trompettist Toshinori Kando, ‘Complete Link’ genaamd. En zo is Toyozumi, geboren in 1943 de enige van dit stel die nog in leven is, daarmee één van de laatsten van de free-jazz pioniers binnen de Japanse muziek. Opnames dus van onschatbare waarde.
We horen in de opener van ‘Breath Awareness’, het ruim vijfentwintig minuten durende ‘My Jimmy’ beide musici met staccato abstracte klanken. De opnamekwaliteit is niet denderend, maar van het spel spat zonder meer het enthousiasme af. Al valt hier zeker ook het ongenaakbare karakter van de muziek op. Gaandeweg neemt de hectiek wat af en krijgen abstracte klankexperimenten de ruimte in deze bijna vanzelfsprekend geheel geïmproviseerde set, terwijl er op enig moment met dank aan Bailey ook een soort van bluesgevoel inkruipt. Mooi is ook dat de muziek zo nu en dan even explodeert in een orgie aan onbestemde klanken. Op ‘Diaphragm’ horen we Bailey ruim dertien minuten solo met uiterst delicaat spel, een voorzichtige melodie neerzettend. Het tweede uiterst lange stuk tijdens dit concert kreeg de titel ‘Fukuoka IMAI-House’ mee en vangt eveneens aan met een solo van Bailey, maar nu voegt Toyuzumi zich er met abstract spel snel bij. Het duurt in dit stuk niet lang voordat de chaos uitbreekt en de klanken over elkaar heen buitelen, muziek zo typisch voor vrije impro. Een explosief mengsel dit nummer, met name zo rond de twintigste minuut horen we bijzonder overtuigend gitaarspel, het toont weer eens aan dat Bailey zonder meer tot de grootsten alle tijde behoort.
Van het ene duo naar het andere, van de combinatie gitaar – drums naar die van piano – drums. Goed om Mengelberg weer eens te horen, te beginnen met ‘My Guru MM’, wat niet anders dan deze pianist kan betreffen. Na een kort intro van Mengelberg horen we al snel Toyuzumi in de meest uitgebreide, minutenlange solo tot nu toe, een opwindend slagwerker. En dan iets over de zestiende minuut haakt Mengelberg weer aan, tijd voor een uiterst delicaat duet, waarin de twee musici elkaar grondig aftasten. En wonderbaarlijk: Mengelberg weet tussen al het abstracte slagwerk van Toyuzumi een aantal ronduit ontwapenende melodieën te persen. Een stuk van bijna veertig minuten waarin het tempo steeds verder oploopt, tot we in een maalstroom van klanken belanden. En dan ineens, we zijn iets voorbij een half uur, valt het nagenoeg stil, horen we Mengelberg zijn aanslagen doseren en Toyuzumi zachtjes spelen met brushes op zijn bekkens. Een frase die leidt tot intense laatste tien minuten. ‘Song for AMY’ is een ruim zeven minuten intense solo van Mengelberg, waarbij men vooral moet letten op de ritmiek van de linkerhand. In schril contrast met dit vrij melodieuze stuk staat aansluitend de klankuitbarsting aan het begin van ’teremakashi to forest of KEYAGU’, een stuk dat gaandeweg dankzij Toyuzumi in wat ritmischer vaarwater belandt. En dan zo rond de zesde minuut zo’n typisch circusachtig patroon, een echte Mengelberg frase! Een knotsgek deel, culminerend in weer zo’n overdonderende drumsolo. Besluiten doen we met de toegift ‘OFF Minor’, andermaal met zo’n typisch Mengelberg motief.
Het is Brötzmann die in ‘To the Nature from the Heat’ direct van start gaat, met die gruizige, vervormde toon die zijn hele leven zijn handelsmerk was. Hij wordt straf begeleid door Toyuzumi terwijl Kondo in de coulissen verblijft. Die horen we iets verderop met zijn trompet en elektronica in de weer. En dan komt het allemaal samen in een futuristisch aandoend klankspel. Het langste stuk van het album, het meer dan driekwartier durende ‘First Monorail’ vangt eveneens aan met door elektronica bewerkte klanken, muziek waar de Japanse traditie onmiskenbaar in doorklinkt. Brötzmann horen we hier op de tarogato. Zo rond de vijfde minuut pakt Kondo flink uit met zijn elektronica, een psychedelische sfeer creërend. En weer een vrij lange, enerverende drumsolo vanaf de tiende minuut, het publiek joelt. Een wonderlijke tegenstelling in dit stuk: die psychedelische klanken van Kondo, versus die aardse, inmiddels al weer overgestapt op tenorsax, van Brötmann en Toyozumi als verbindende factor. En over het algemeen met een overdonderd resultaat, tot we zo ongeveer rond de vierendertigste minuut louter een ongewoon zacht, maar gruizend blazende Brötzmann overhouden, melancholiek. Het blijkt een opmaat voor een tweede, overdonderende frase. Afsluiten doen we met een verwijzing naar Brötzmann: ‘Memories of WUPPERTAL’, de stad waar hij zijn leven lang woonde.
Alle albums zijn te beluisteren via Bandcamp en daar ook te koop:
